naar homepage De Kunstpraktijk
De Kunstpraktijk home
naar overzicht creatieve workshops
creatieve workshops >
naar programma toonzaal De Kunstpraktijk
toonzaal > naar projecten - bed&breakfast De Kunstpraktijk projecten - bed&breakfast >
teksten >

 

Bruggenbouwers tussen bedrijfsleven en gemeente
door Aurelia van der Burght
 
Het is van belang dat een gemeente inzicht heeft in wat er leeft bij haar bedrijfsleven. En, problemen die bedrijven ondervinden, houden niet op bij de gemeentegrens. Dit te onderkennen leidde negen jaar geleden bij een aantal Kempische gemeenten tot het invoeren van de gloednieuwe functie ‘bedrijfscontactfunctionaris’. Deze specialist in communicatie is niet alleen bruggenbouwer tussen bedrijfsleven en gemeente. Zij of hij biedt ook ondersteuning aan de broodnodige communicatie tussen, inmiddels, vijf Kempische dorpen onderling. Bestuurders en bedrijfsleven van Eersel, Bladel, Reusel-de Mierde, Bergeyk en Oirschot kunnen hierdoor ook gezamenlijk hun schouders zetten onder gedeelde problematiek. Toch is nog niet alles rozengeur en maneschijn. De alom bekende Nederlandse regelgeving en de cultuur van ´ja, maar..´ en ´nou, en..´, gooien met de regelmaat van de klok roet in het eten.
Hans van Asten, van de afdeling ruimtelijke ordening van de gemeente Eersel, vervult zijn rol als bedrijfscontactfunctionaris in het Kempische land met groot enthousiasme. Tevens is hij voorzitter binnen het overleg dat de vijf bedrijfscontactfunctionarissen zijn aangegaan. Eersel, Bladel, Reusel-de Mierden en Bergeijk participeren vanaf het begin in dit platform. Oirschot is sinds twee jaar aan deze tafel bijgeschoven.
Hoewel een informeel overleg, is het negen jaar geleden wel uit noodzaak geboren. Met een aantal voorbeelden geeft Van Asten inzicht in gezamenlijk beleefde problematiek. ‘Stagnatie op de provinciale weg tussen Reusel en Eersel is een probleem van meerdere dorpen die aan deze route liggen. De werkeloosheid in Eersel is te vergelijken met die in Reusel, dat probleem staat niet op zich zelf. Of, de uitgifte van bedrijfsgrond, welke criteria hanteren we daarbij? Niet ieder bestuur hoeft daarbij het wiel opnieuw uit te vinden. En’, vervolgt hij, ‘wat natuurlijk een grote onderlinge band smeedt, is de gezamenlijke ontwikkeling van het Kempische Bedrijven Park (KBP). De eerste ontwikkelingen hiervan zijn destijds binnen het overleg begonnen.’
In ‘eigen huis’ voorziet de bedrijfscontactfunctionaris in een behoefte die zowel bij bedrijven als bij gemeente voelbaar aanwezig was. Want de trend bij de lokale overheid, tien jaar geleden, dat bedrijven oud en wijs genoeg waren hun eigen problemen op te lossen, werkte volkomen averechts. Bedrijven hadden het gevoel in de kou te staan. Van Asten: ‘Er heerste louter onbegrip, naar beide kanten. Het bedrijfsleven wist niet hoe de gemeente werkte, welke procedures gevolgd moesten worden, hoe de politiek in elkaar stak, waarom er iets gebeurde of juist niet gebeurde. De lokale overheid op haar beurt wist niet op welke manier het bedrijfsleven werkte. Ze was niet op de hoogte wat er bij het bedrijfsleven nu echt leefde. En als je elkaar niet begrijpt, elkaars taal ook niet spreekt en verstaat, dan gaat het mis met de communicatie. Vandaar dat deze functie in het leven is geroepen’.
Voor bedrijven betekende deze nieuwe functie óók dat zij voortaan gebruik kunnen maken van één centraal aanspreekpunt. Verder is het aan de bedrijfscontactfunctionaris draagvlak te creëren bij die projecten waar economische belangen een rol spelen. ´Samen met ondernemers dragen we dan de bouwstenen aan voor bijvoorbeeld een economisch actieplan. Dat gieten we in de juiste vorm, zodat het vervolgens op bestuursniveau vastgesteld kan worden.´
Kempisch Bedrijven Park
De industriële bedrijvigheid in de Brabantse Kempen is niet iets dat helemaal vanzelf is komen aanwaaien. Verhalen over de thuiswerkers in de vlas -en sigarenindustrie vertellen ons deze geschiedenis. Pas met de komst van de stoomtram, tussen Eindhoven en het Belgische Turnhout, heeft dit deel van De Kempen zich vanaf begin vorige eeuw industrieel kunnen ontwikkelen. Dat was zonder meer noodzakelijk, want alleen op deze manier heeft dit gebied zich toen kunnen ontworstelen aan een nijpende armoede. Een niet omkeerbaar en voortschrijdend proces is hierdoor op gang gekomen. Het Kempische coulisselandschap was de grote getuige, zij veranderde mee.
Vandaag de dag is dat proces nog steeds hot item en houdt het de gemoederen goed bezig. Van hoog tot laag. De focus is nu gericht op de ontwikkeling van het toekomstige Kempisch Bedrijven Park te Hapert. De ontwikkeling hiervan gaat niet geheel zonder slag of stoot. Toch is de komst van een nieuw Bedrijven Park volgens Van Asten voor de regio onontkoombaar. Want gebeurt het niet, dan zijn de gevolgen legio. Stagnatie in de ontwikkeling van bedrijven, bedrijven trekken voorgoed weg, ontstaan van werkeloosheid in deze regio en sluipverkeer door de kern van Eersel. Allemaal geen prettige zaken.
Streekplan
Aan de basis van dit alles ligt een regeling van de Provincie. Door deze regel kunnen Eersel, Bladel, Reusel-de Mierden en Bergeijk geen kavels uitgeven die groter zijn dan vijf duizend vierkante meter. Hierdoor raken bedrijfsonderdelen van eenzelfde onderneming versnipperd, want uitbreiding op aangrenzend terrein is door deze regel niet mogelijk. Bedrijfseconomisch kunnen bedrijven zichzelf hierdoor tegen komen en zijn genoodzaakt onderdelen samen te voegen of moeten zich gaan reorganiseren. Maar omdat juist dit in deze regio niet mogelijk is vanwege het beperkte oppervlakte, zijn deze ondernemingen genoodzaakt uit te wijken naar grootstedelijk gebieden als Eindhoven of Helmond. Van Asten: ‘Dat betekent nogal wat, een bedrijf met al het personeel wordt dan verplaatst naar zo’n nieuwe locatie. Maar dan krijgen we te maken met de Kempische werkmens en zijn persoonlijke binding met de werkplek in al zijn facetten. Het overgrote deel van het personeel zal binnen de kortste keren terugkeren naar De Kempen en ander werk gaan zoeken. Waardoor de onderneming in kwestie ter ziele gaat, want zonder know-how blijft geen bedrijf overeind.’
Om deze situatie het hoofd te bieden zijn de vier bedrijfsfunctionarissen van de betrokken gemeentes met de provincie om de tafel gaan zitten.’De provinciale overheid heeft hierop de bereidheid uitgesproken om het streekplan te veranderen, wat inhoud dat wij éénmalig op één plek een ingreep in het landschap mogen doen ten behoeve van de aanleg van een Kempisch Bedrijven Park (KBP). Wel onder de voorwaarde dat de vier gemeenten gezamenlijk hierin optreden’. Ter compensatie van de inbreuk op ‘het groen’ zal in het plangebied een woon-werkbos gerealiseerd worden. Ook hiervoor geeft de provincie haar fiat. Na locatieonderzoek en milieu-effect-reportage is het gebied Hapert-zuid aangewezen als locatie voor dit KBP. Het plan voorziet tevens in een directe aansluiting van het KBP op de E34. ‘Deze aansluiting is zonder meer noodzakelijk en is een eis vanuit het Eerselse. De druk van het verkeer op het Stuivertje bij Eersel - zowel uit Valkenswaard als uit Reusel - groeit veel sneller dan dat we hadden verwacht. Files zullen sluipverkeer door de kom van Eersel in de hand werken, wat afbreuk doet aan de leefbaarheid van dit dorp’.
Vaarwater
Voor De Kempen lijkt de oplossing van een KBP in Hapert-zuid het ‘het ei van Columbus’, ware het niet dat deze ontwikkeling nu al ruim acht jaar ‘in de maak’ is. En nog is het einde niet in zicht. Van Asten noemt als ‘boosdoeners’ de Nederlandse wet -en regelgeving. Daarnaast reageren betrokkenen pas op veranderingen als deze ook daadwerkelijk worden ‘gevoeld’. En ook de gebruikelijke cultuur van ‘ja, maar’ en ‘nou, en’ werkt niet bevorderlijk op de voortgang van het proces. Als alles mee zit, gaat in het gunstigste geval eind volgend jaar de eerste schop de grond in. Wordt daarentegen het plan van het KBP door belanghebbenden tot in de Raad van State aangevochten, dan kan de Kempische regio wel eens in heel ander vaarwater terecht komen. ‘We kunnen bedrijven niet continu een worst voor blijven houden, zij gaan dan onherroepelijk andere keuzes maken. Met alle gevolgen van dien’. Mocht het KBP niet in Hapert gerealiseerd kunnen worden ten gevolge van een gerechtelijke uitspraak, dan komt Eersel-Noord wellicht nog als alternatieve plek in zicht. Dat was de tweede keuze. Helemaal af te zien van de ontwikkeling van een KBP, wat ook een optie kan zijn, zal rampzalige gevolgen hebben voor Kempisch bedrijfsleven. De taak waar bestuurders en bedrijfscontactfunctionarissen nu voor staan is, om in de komende periode iedereen op één lijn te houden. Een niet eenvoudige opgave.
top
Kempen in Bedrijf / 02-2006