De Kunstpraktijk Dorpstraat 6a 5504 HH Veldhoven T / 040-2904782, 06-53602704 e-mail / info@dekunstpraktijk.nl

 

KUNSTRIJDEN

Door Aurelia van der Burght

Als testcase kregen de tweede jaars deelnemers aan de cursus amateurtoneelregisseur de opdracht, aan de hand van een prozafragment van de schrijfster Christine Kraft, een toneelpresentatie te doen. Een opdracht die in zelfstandigheid uitgevoerd diende te worden én een opdracht die noopte tot een uiterst persoonlijke stellingname.

'Voortaan zou ik anders dan de anderen zijn', met deze conclusie besluit schrijfster Christine Kraft haar prozastukje ‘KUNSTRIJDEN’. Inspiratie voor dit werk vond ze in haar eigen falen op de schaats als tiener. Wanneer durf je aan jezelf toe te geven dat kunstrijden op de schaats niet voor je is weggelegd, hoe graag je dat ook wilt? Hoe vaak moet je daarvoor eerst op het harde ijs terecht komen? Hoe ver ga je met je pogingen om erbij te horen? En wat doet het met je als je dan eenmaal het besluit hebt genomen om die schaatsen te verkopen en het nooit meer te doen. ‘KUNSTRIJDEN’, een kort en heftig prozawerkje, bijna drie jaar geleden uitgegeven door de Stichting voor Kunst en Cultuur te Gelderland bij wijze van nieuwjaarsgroet.

Eigen gekte, bevlogenheid en associaties

De cursisten van de driejarige cursus amateurtoneelregisseur van het CVA hadden -als onderdeel van hun eindpresentatie van het tweede jaar- de opdracht een eigen theatrale verbeelding te geven van het prozafragment van Christina Kraft. Een vrije en geheel zelfstandige opdracht, waarin de regisseurs in spé hun eigen gekte, bevlogenheid en associaties konden botvieren. Tevens een opdracht die noopte tot een uiterst persoonlijke stellingname. “Een toneelstuk heeft een structuur”, legt Marcel Schmeits uit, “die zich vaak aan je opdringt -personages, situaties, conflicten- en die schreeuwt om een theatrale verbeelding. De communicatie die een stuk proza beoogt, is van een andere orde. Een theatrale verbeelding is daarbij niet vanzelfsprekend, het confronteert je met vragen, waar alleen jij zelf een antwoord op kan geven.” Al met al een niet-eenvoudige opdracht waarvoor de cursisten geplaatst werden, temeer omdat de cursisten tijdens het ontstaansproces niet konden terugvallen op hun docenten. “Het gaat er niet zo zeer om aan iets te voldoen”, voegt Schmeits eraan toe, “maar om te ontdekken hoe je denken over theater en de mogelijkheden ervan gegroeid en ontwikkeld zijn in dit stadium van de opleiding ”.

Presentaties als onderdeel van driejarige cursus

Als tegenhanger van de proza-opdracht, waarvan de presentatie in de ochtend viel, was de middag ingeruimd voor de ‘De getemde feeks’ van Shakespeare. Hierbij konden de cursisten tijdens het wordingsproces rekenen op alle nodige begeleiding van de zijde van hun docenten. De beide presentaties lieten zich zien als een goede testcase, zowel voor de cursisten als voor de docenten. Want niet alleen de cursisten worden tijdens zo’n presentatie met zichzelf geconfronteerd, ook de docenten krijgen inzicht in het resultaat van hun werkzaamheden, in dit geval na twee cursusjaren. De opbouw van de cursus is dusdanig gekozen dat in het eerste jaar een theoretische basis wordt gelegd. Het tweede jaar wordt zó ingericht dat aan ‘de toepassing’ alle ruimte gegeven wordt -zoals bijvoorbeeld het ontwikkelen van spanningswekkende technieken en het ontwikkelen van ideeën die leiden tot het opstellen van een regieconcept-. In het derde en tevens laatste jaar van de cursus gaan theorie en praktijk hand in hand. “In de persoonlijke evaluatie van ieders ontwikkeling na twee jaar krijgt de presentatie van het prozafragment een eigen, heldere plek, vaak verrassend, soms teleurstellend”, geeft Marcel Schmeits aan. En zo pakte de eindpresentatie ook uit. De invalshoek die de toekomstige regisseurs voor hun vertolking van ‘Kunstrijden’ hadden gekozen was uiterst divers. Niet alleen wat betreft de omzetting naar een eigen thematiek en de middelen waarmee die thematiek zichtbaar werd gemaakt. Maar juist in de keuze die de cursisten konden maken in de vertaling van het gegeven van het prozafragment: laat je een letterlijke vertaling zien of weet je het gegeven naar een bepaald abstractieniveau te tillen en werk je op dat niveau verder. Hierin maakten de cursisten duidelijk uiteenlopende keuzes.

Eigen wegen durven kiezen

Verrassend voor alle aanwezigen was de komst van de schrijfster van het prozawerkje, Christine Kraft, zelf woonachtig in Amsterdam. Pas ná de vertolking van haar werk, werd haar aanwezigheid aan de cursisten kenbaar gemaakt. Christine Kraft (Utrecht 1949), niet onbekend met het theater -haar eerste banden met het toneel dateren uit de zeventiger jaren. In die jaren was ze werkzaam voor Toneelgroep Theater in Arnhem, het Dokumentair Aktueel Theater in Amsterdam en het Fáct in Rotterdam-, was zichtbaar opgetogen over de inzet van de deelnemers aan de regiecursus. “Wat mij raakt is hoeveel werk er aan besteed wordt, ze zijn maanden met me bezig geweest. Wat dat voor mij zelf betekent is een kostbare gedachte”, vertelt de schrijfster na afloop. “Van te voren heb ik er ook niet aan willen denken om te voorkomen bevooroordeeld in de zaal te zitten.”

Eenzaamheid

Kraft, als schrijfster -ná haar toneelervaringen- reeds een loopbaan van twintig jaar achter de rug, geeft aan veel autobiografisch gewerkt te hebben. Over haar ‘Kunstrijden’ vertelt ze: “Iets wat ogenschijnlijk triviaal is, kan een groot effect op je eigen leven hebben. Als kind kan je beslissingen nemen die in je latere leven bepalend zijn. Je realiseren niet precies te zijn als anderen, maar eigen wegen te durven kiezen. Het heeft veel invloed op je karaktervorming.” Voor haar zelf hield dat anders zijn in dat ze destijds de keuze durfde te maken als schrijfster haar leven in te richten. Met het drieluik ‘De dagen met gezichten’ debuteerde Christine Kraft in 1976. Sindsdien verscheen van haar hand een tiental romans. Verder schreef Kraft onder meer verhalen, gedichten, beschouwingen, een hoorspel, een eenakter en scenario’s voor bedrijfsfilms. Wat betreft de thematiek in haar werk, verlaat Kraft zich liever op wat anderen over haar werk zeggen. “Men zegt dat ‘eenzaamheid ’ een belangrijk thema in mijn werk is. Maar daarnaast worden interactie, twijfel, morele dilemma’s en de dood als thema’s in mijn werk opgemerkt”, zegt Kraft. Twee jaar geleden heeft Christine Kraft wederom een ingrijpende beslissing in haar bestaan genomen. Zieke dieren “Ik heb het moedige besluit genomen het schrijven los te laten en met dieren te gaan werken.” In het park Bijlmerweide, in Amsterdam Zuidoost, verzorgt ze jonge en zieke dieren zodat deze beesten weer de mogelijkheid krijgen in het wild te gaan leven. “Tijdens die twintig jaar van mijn schrijverschap was er weinig input, alleen maar output”, geeft Kraft als verklaring van de verandering in haar bestaan. “De natuur is heel erg helend voor mij.”

Theaterkrant BCA Tilburg