De Kunstpraktijk Veldhoven T / 0402904782 e-mail / info@dekunstpraktijk.nl

 

In het Odapark kon ik mij heel gelukkig voelen

Door Mieke de Vreeze - Oostvogel en Aurelia van der Burght

Pensionaire Mieke de Vreeze-Oostvogel, zij verbleef aan het internaat van het 'nieuwe' Jerusalem te Venray tussen 1958 en 1963, werd door een van onze redactiemedewerksters in het kader van de festiviteiten rond '100 jaar Theehuis' opgezocht. Hun gesprek resulteerde in een e-mailuitwisseling waarvan hieronder een weerslag te lezen is.

Hallo Mieke, het Odapark in Venray in de huidige vorm, is inmiddels bekend bij een groot publiek. Niet alleen de expositieruimte voor hedendaagse kunst in het Theehuis, het park met de beelden en het natuurpark maar ook alle culturele activiteiten die er georganiseerd worden. Ik kan me echter voorstellen dat veel lezers, met het oog op het eeuwfeest, iets willen weten van de tijd waarin het Odapark nog van de zusters Ursulinen was. En de wijze waarop zij het Odapark en Theehuis beschikbaar stelden aan hun pensionaires van Jerusalem. Vandaar dat ik er zo enthousiast over ben met je kennis te kunnen maken, zodat we het een en ander nu ook uit 'de eerste hand' kunnen horen. Hoe ervaarde jij in je pensionaattijd het Odapark met haar Theehuis? Waarom ben je juist naar dit internaat gegaan?

Dag Aurelia. Ik vertelde je dat de uitnodiging voor 15 september direct het Odagevoel opriep! Gezien de korte kostschoolperiode, is het verbazend hoe sterk die tijd nog leeft. Het Odapark heeft qua sfeer zijn eigen plaats. In klas 1 en 2 wandelden wij daar op woensdagmiddag heen, zo'n 20 minuten, begeleid door de zusters, van wie mij vooral Mère Maria en Mère Marie du divin Coeur, door ons Muis en Pierl genoemd, bijstaan. Door mijn vader was mij gevoel voor de natuur bijgebracht en in het Odapark kwam je daar wat dat betreft aan je trekken. De metershoge bloeiende rododendrons, het met tamme kastanjebomen omringde grasveld en natuurlijk de kastanjes zelf, die wij met stokken uit de boom gooiden, de konijntjes. En we deden aan spoorzoeken en vlagveroveren. Ik herinner mij hoe een verontwaardigde Mère Liesbeth, die altijd buiten bezig was, strikken verwijderde, die daar door stropers waren uitgezet. In de hogere klassen gingen we ook geregeld naar het Odapark, maar dan om te lezen en te kletsen. Het gouter om en in het theehuis was een hoogtepunt: de middagboterham met jam en tevredenheid, de thee die Soeur Barbara in grote potten zette. En dan de feestelijke avondmaaltijd voor de hoogste klassen na afloop van het schriftelijk examen. Kortom, in het park kon ik mij heel gelukkig voelen. Je vraagt waarom ik naar kostschool ging. Dat had te maken met een conflict met de plaatselijke clerus, dat mijn ouders in onze woonplaats hadden over de organisatie van het katholieke basisonderwijs. Daarin kwam het bezoeken van een openbaar gymnasium -ik ben de oudste van een groot gezin- slecht uit. Ik wilde beslist naar een echt gymnasium en zo kwam ik alsnog op 'Jerusalem' terecht, net als mijn moeder en tante een generatie terug.

Je schrijft dat je heel wat gelukkige uren heb beleefd in het Odapark. Hoe was je schooltijd verder aan het gymnasium 'St. Angela', want je liet je ontvallen dat daar toch enkele nuances opgemerkt kunnen worden? Is je schooltijd van invloed geweest op je keuze om in Leiden rechten te gaan studeren?

Zoals jij opmerkt, Aurelia, had voor mij de kostschooltijd niet het romantische aureool van jolige meiden die zich verzetten tegen het gezag van strenge nonnen. Ik heb aan die periode geen hechte levenslange vriendschappen overgehouden. Dat lag vast aan mij, want ik ben niet zo'n groepsmens. Maar ik kijk wèl terug op een uitstekende opleiding met veel aandacht voor algemene ontwikkeling. Mijn eerste -jong overleden- echtgenoot, met een wat anti-paapse achtergrond, stond altijd versteld van wat wij aan ontwikkeling, zelfdiscipline en omgangsvormen hebben meegekregen. Maar het gestructureerde groepsleven was lang niet altijd leuk. Na mijn eindexamen wist ik zeker dat ik niet in Nijmegen wilde studeren. Niet aan een katholieke universiteit en niet weer mensen uit de kostschooltijd. Het werd Leiden. Hoewel ik er bijna niemand kende, heb ik daar al mijn vrienden van nu -en mijn eerste man- ontmoet. Ik wilde Nederlands en musicologie studeren om liedjesschrijfster te worden, maar mijn ouders vonden dat ik met rechten meer achter de hand had als ik weduwe zou worden of zou scheiden. Ik heb genoten van het studentenleven, maar de rechtenstudie vond ik vreselijk. In het zicht van trouwen heb ik die echter afgemaakt en ben daarna zowaar advocaat en later rechter geworden en moeder. En weduwe. Ik heb dertig jaar met veel plezier gewerkt.

Sinds begin jaren negentig concentreert het Theehuis zich op beeldende kunst en allerlei culturele activiteiten. Waren de zusters Ursulinen ook kunstzinnig onderlegd? Deden jullie aan muziek of toneel? En speelde het Odapark met het Theehuis ook een rol daarin?

Er is een zuster geweest die prachtig kon schilderen, Mère Ancilla. Veel van haar werk vond een plaatsje op Jerusalem. Concerten en toneelvoorstellingen werden via school bezocht, zoals het oratorium Jeanne d'Arc au Bucher van Verlaine\Honegger en Cyrano de Bergerac van Rostand: de leraar Frans, dhr Bloemen acteerde voor ons de Ode aan de neus! Zelf speelden wij ook toneel: Mère Angela en Mère Jeanne, maar vooral dhr Bloemen wist ons daarvoor te motiveren. De balletlessen van mevrouw Stradowska waren zeer gewild, maar ze leerde ons ook politesse: 19de eeuwse omgangsvormen. Bijzonder waren de danslessen (1961/1962) die we met echte jongens van de patersschool volgden, afgesloten met een diploma-uitreiking. Het sluitstuk was de quadrille, die we met vier stellen dansten in 18de eeuwse kleding. Verder kregen we ook pianolessen en vioollessen. Juffrouw Wartenberg, Wartje, leerde ons moderne religieuze muziek van De Klerk en Bornewasser, maar we zongen ook negrospirituals en de driestemmige smartlap Pirette met ons koor. Wij kregen ruimte voor eigen initiatief: in die tijd is mijn plezier in het maken van liedjes ontstaan. Het theehuis van toen vormde geen decor voor culturele evenementen; het bij tijd en wijle toezingen van een zuster of Pater Rector bij hun naamfeest zou ik niet als zodanig willen aanmerken.

Hoe denk je dat vroegere bewoners van Jerusalem reageren op het theehuis in zijn huidige vorm?

Hoe je ook terugdenkt aan de kostschooltijd, ik denk dat veel pensionaires positief terugkijken op wat ze hebben meekregen en ik ben ervan overtuigd dat iedereen, met inbegrip van de zusters die er nog zijn, de huidige bestemming van het theehuis zeer zal waarderen.