De Kunstpraktijk
  • home
    • adres contact routebeschrijving
    • openingstijden
    • links
    • nieuwsbrief
  • Galerie
    • nu te zien
    • verwacht
    • archief
  • Bed and Breakfast
    • guestroom begane grond bed&breakfast De Kunstpraktijk in Veldhoven
    • guestroom upstairs Bed and Breakfast
    • Bed and Breakfast english
    • Bed and Breakfast deutsch
    • Bed and Breakfast france
    • tarieven / reserveren
    • meer informatie
    • archief
  • workshops
    • workshop schilderen
    • workshop boetseren met klei
    • workshop mozaieken
    • workshop servies beschilderen
    • kinderfeestjes creatief
    • tarieven workshops / contactformulier workshops
  • Aurelia / visual artist
    • beeldend werk
    • art projects
  • home
    • adres contact routebeschrijving
    • openingstijden
    • links
    • nieuwsbrief
  • Galerie
    • nu te zien
    • verwacht
    • archief
  • Bed and Breakfast
    • guestroom begane grond bed&breakfast De Kunstpraktijk in Veldhoven
    • guestroom upstairs Bed and Breakfast
    • Bed and Breakfast english
    • Bed and Breakfast deutsch
    • Bed and Breakfast france
    • tarieven / reserveren
    • meer informatie
    • archief
  • workshops
    • workshop schilderen
    • workshop boetseren met klei
    • workshop mozaieken
    • workshop servies beschilderen
    • kinderfeestjes creatief
    • tarieven workshops / contactformulier workshops
  • Aurelia / visual artist
    • beeldend werk
    • art projects

Debat cultuur en economie

Cultuur en economie staan nog met rug naar elkaar toe 
 
Debat Cultuur & Economie tussen Hans Mommaas en Jan Smeekens  
 
Aurelia van der Burght 
 
Stelling Professor Hans Mommaas, vrijetijdswetenschappen KUB en directeur Telos - centrum Duurzaamheidsvraagstukken te Tilburg - : Innovatie en creativiteit is niet alleen een zaak van producten, markten en opbrengsten. Er moet tevens aandacht zijn voor de brede culturele humuslaag in de stad   
Stelling Jan Smeekens , directeur Regionale Economische Ontwikkelingsmaatschappij NV Rede: De term creatieve industrie is zo zeer een modeterm en open containerbegrip geworden, dat niemand er nog iets mee kan. Laat staan de meer zakelijk ingestelde wereld  
Cor Wijn , Hylkema Consultants Utrecht, discussieleider  
Plaats Meneer Frits - naast Frits Philips Muziekcentrum Eindhoven, Heuvelgalerie - 21 april 2005  
Organisatie Stichting Alice Eindhoven 
  
Steeds vaker worden de begrippen cultuur en economie in een adem genoemd. Zeker als het gaat om innovatie, citymarketing en creatieve milieus. Iedere stad noemt zich tegenwoordig creatieve stad, buitelen onderzoeken en congressen over elkaar en verkondigt de nieuwe goeroe Richard Florida wereldwijd de zegeningen van de creatieve klasse. 
 
Zo ook in het Eindhovense. De nota ‘stedelijk ICT beleid' vermeldt dat creatieve, innovatieve en kennisintensieve bedrijvigheid de basis vormt voor een duurzame economische ontwikkeling in stad en regio. En in de cultuurvisie is te lezen dat kunst en cultuur de drijvende kracht moet zijn voor de stedelijke ontwikkeling.  
Maar over het 'hoe' van cultuur en economie op wat bescheidener en meer 'down to earth ' schaal lopen de meningen nog behoorlijk uiteen. Al was het alleen al vanwege achtergrond, cultuurverschillen, taalgebruik. Wat in de populaire cultuur en de kunsten al jaren de gewoonste zaak van de wereld is, wordt opeens een probleem als beleidsmakers en beslissers er iets over moeten gaan zeggen. Kortom de hoogste tijd voor wat meer helderheid en begrip over en weer. Vandaar dat Stichting Alice , Platform Creatieve Industrie Eindhoven, de organisatie van dit debat ter hand heeft genomen. Een discussie tussen een belangrijke vertegenwoordiger van de hardere economische lijn -Jan Smeekens - en een die staat voor de zachtere culturele invalshoek -Hans Mommaars -. Aan de hand van de twee stellingen gingen beide heren over dit onderwerp met elkaar in debat.  
 
Een debat met echt botsende meningen, waar de vonken van afspatten, kregen de toehoorders in het goed gevulde en sfeervolle ‘meneer Frits' niet voorgeschoteld. Vrij snel spitste het gesprek zich toe op het onderwerp van het chaotische domein van de stedelijke humuslaag. Het domein waarin de culturele producenten onderzoek doen, hun eigen ‘niche' proberen te ontdekken, creatief werkzaam zijn. Alhoewel beide sprekers ieder dit gebied vanuit een eigen invalshoek benaderden, waren zij het er over eens dat beleid voor dit domein meer dan problematisch is. Terwijl het belang van deze creatieve onderstroom voor de stad en het stadse leven door de overheid inmiddels wel wordt ingezien.  
Verhelderend was dat de brei aan begrippen, aannames en denken over de ‘creatieve stad' eens benoemd werden. Zodat we weten waar we het met elkaar over hebben. Was er uit de creatieve sector en gemeente volop belangstelling voor deze bijeenkomst, overige ondernemingen waren nauwelijks vertegenwoordigd. Een gemiste kans. Willen ‘economie' en ‘cultuur' verder hand in hand door het leven gaan, dan is het toch een eerste vereiste dat vertegenwoordigers uit beide sectoren vaker naar elkaar gaan luisteren.  
 
Creatieve klasse 
 
In zijn aftrap naar de discussie zette Mommaars in een soort van lecture uiteen wat het begrip ‘creatieve klasse' nu eigenlijk inhoudt. Sinds het verschijnen van het boek van Florida is die ‘creatieve klasse' en de ‘creatieve stad' onderwerp geworden van allerlei beleidsbespiegelingen. Maar waar hebben we het dan over? De ‘creatieve klasse' van Florida vormt 45% van de arbeidsmarkt, waarbij het in principe alleen gaat over de beroepen met een hogere opleiding. Wel een belangrijke groep, want ze vormt de belangrijkste aanjager van de economie.  
“Maar hebben we het in Nederland over de ‘creatieve klasse', dan bedoelen we vaak iets heel anders”, legde Mommaars uit. “Dan hebben we het meestal over kunstenaars, designers, mensen die zich op de een of andere manier met creatieve producten bezig houden”. Deze groep omvat 2% binnen die 45%. Die twee groepen hebben ieder een eigen identiteit en zijn niet op dezelfde manier te beoordelen in wat hen beweegt op de arbeidsmarkt met het stadse leven. “Was het boek van Florida maar nooit zo in Nederland geland als dat het geval is”, verzuchtte Mommaars . “Sinds dit boek is het overheidsbeleid vast gaan zitten. Men is beleid gaan ontwikkelen zonder zich zelf echt de moeite te hebben genomen eens rustig na te denken waar dat concept van de creatieve klasse -en stad eigenlijk over gaat”.  
Doelend op die 2% wees hij de toehoorders erop dat we in Nederland niet om kunnen gaan met de chaos die zich ergens afspeelt in de schemerzône tussen cultuur en economie. We zijn er niet op ingericht, cultuur en economie staan nog steeds met de rug tegen elkaar. Het lukt maar niet de twee op een organische manier met elkaar te verbinden. Volgens Mommaars wordt juist de overheid gezien als de grootste vi jan d van het aangaan van nieuwe verbanden tussen cultuur en economie. Beren op het pad zijn bestaande subsidiesystemen, regelgeving, verkokering. En ook in de Lichtstad is dit aan de hand. “Zodra we denken dat cultuur iets te maken heeft met economie dan proberen we cultuur in economische stimuleringsprogramma's te stoppen van bijvoorbeeld een NV REDE. We maken er afrekenbare programma's van, the return of investment moet binnen vijf of tien jaar terug zijn.” Terwijl een belangrijk deel van die creativiteit plaats vindt in omgevingen, context of toestanden waarvan je weet dat hoogstens 20% de eindstreep haalt. “Er is geen ruimte voor beleid dat recht doet aan de kleinschalige, chaotische ongereguleerde marginale activiteit van de culturele producenten”, aldus Mommaars .  
Jan Smeekens benaderde het begrip creatieve industrie op een eigen wijze, maar deed dat in beduidend minder woorden dan zijn voorganger. Hij had meer oog voor de toegevoegde waarde gecreëerd door designer en techneut. De kleine groep van creatievelingen , kunstenaars, beeldhouwers komt pas op afstand bij hem in beeld. Het geheel vormt voor Smeekens een onoverzichtelijke poel waar moeilijk handen en voeten aan te geven is. Dat Manchester en Noord Rijn West Falen bejubeld worden en er wel in geslaagd zijn een krachtige culturele economie voort te brengen, werd in de ogen van Smeekens bestempeld als een roze wolk.  
In tegenstelling tot Mommaars had hij wel meer waardering voor wat er in de Lichtstad gaande is. “In Strijp S, de nieuwe Cultuurfabriek, zijn we bezig een omgeving te creëren waar starters een betere kans krijgen. Maar”, voegde hij er aan toe, “ zij hebben wel een mecenas nodig of een overheid met een dot geld.”  
 
Netwerken en scouts 
 
Ook uit het publiek kwam tegengas op Mommaars geschetste beeld van Eindhoven. “We zijn in Eindhoven verder dan gedacht wordt. Eind jaren '40 is de Designacademy opgericht. Studenten en   afstudeerders bewegen zich in die humuslaag. In economisch en zakelijk opzicht zijn zij bruggenbouwers”. Ook andere voorbeelden werden aangehaald. Uit de tijd dat krakers hun plek opeisten is De Fabriek, De Effenaar en het Complex (ateliers in Tongelre ) ontstaan. Het Petri-complex , drie jaar geleden in de steigers gezet, laat zien dat de gemeente de bereidheid heeft te luisteren en er over en weer vertrouwen is. Ook hier is een dialoog op gang gekomen waardoor nu met overheidsmiddelen het initiatief ondersteund wordt.  
Toch is het nog geen koek en ei met het beleid voor de creatieve humuslaag, ook niet in de Lichtstad. Om deze het hoofd te kunnen bieden is het volgens Mommaars noodzakelijk bestaande culturele -en economische instituties open te breken en ze vervolgens tot een nieuw geheel te smeden. Minder heftig maar wat wel kan helpen, daarover was iedereen het eens, als er in het culturele veld scouts gaan rond lopen. Het wiel hoeft daarvoor niet uitgevonden te worden, de media-industrie bedient zich al jaren succesvol van dit model. Op deze manier houdt de overheid voeling met ontwikkelingen in dit veld. 
Een andere mogelijkheid is het open klappen van bestaande netwerken en in het leven roepen van netwerkmakelaars. Zij weten waar de creatieven in de markt terecht kunnen, zij kunnen mensen koppelen. Ook steden zouden onderling meer met elkaar in contact moeten staan. En last but not least zouden de creatievelingen zelf ook als ondernemer meer aan de weg kunnen timmeren. 
Wellicht dat Stichting Alice binnen de beleidsproblematiek als intermediair een rol kan gaan spelen, als een soort van regionale culturele ontwikkelingsmaatschappij.   
  
Eindhoven in Bedrijf 2005, 02.2005  
Foto