|
Het Petricomplex, nieuwe broedplaats
voor de creatieve industrie Aurelia van der Burght n het centrum van Eindhoven Stad ontstaat eindelijk weer een 'spot' waar geëxperimenteerd, getoond en gepresenteerd kan worden. Tweeduizend m2 ateliers, tweeduizend m2 woonruimte en duizend m2 culturele ruimte. Het Petricomplex voegt werken, wonen en recreëren samen op één locatie. Opmaat naar het Petricomplex is het Temporary Art Centre ofwel het TAC aan de Vonderweg tegenover het Philipsstadion. 'Eindhoven heeft een plek als het TAC nodig', aldus bestuurslid Fulco Treffers, tevens één van de initiatiefnemers van deze nieuwe broedplaats voor de 'creative industry'. Die constatering is voor hem de belangrijkste drijfveer om zijn droombeeld van een woon-werk-recreatieplek in de Lichtstad te verwezenlijken. Daarmee ontstaat er eindelijk weer een 'spot' in het centrum van Eindhoven Stad waar geëxperimenteerd, getoond en gepresenteerd kan worden. Het TAC aan de Vonderstraat, tegenover het Philips Stadion, beschikt al ruim twee jaar over werkruimtes bedoeld voor vormgevers, beeldend kunstenaars 2D en 3D, architecten, meubelontwerpers, keramiekmensen, muzikanten, modemensen en schrijvers. 'Iedereen die zich bezig houdt met cultuur in de breedste zin van het woord kan in dit gebouw ruimte huren'. Ook fotografen, dans -en theatermensen passen prima in ons concept'. Naast de tachtig werkunits die het TAC rijk is, beschikt het complex nog eens over tien zalen die bedoeld zijn voor vrij gebruik. Inmiddels is vijfentachtig procent van de atelierruimtes verhuurd. Het TAC is de opmaat voor de realisering van het concept van het Petricomplex. Dit concept, dat ten tijde van de ideevorming een luttel A-viertje omvatte en voortkwam uit de intrinsieke behoefte van de initiatiefnemers, is inmiddels uitgegroeid tot een wijkbrede visie. Een visie die tevens beoogt dat dit gedeelte van het Stadionkwartier een bijdrage levert aan het door Eindhoven gewenste imago, een moderne stad die nieuwe functies - zoals de creatieve industrie - onderbrengt in herontwikkelde industriële gebouwen. Het totale plan voorziet in 2000m2 woonruimte, 2000 m2 ateliers, 1000 m2 culturele ruimte en bij voorkeur zal dit allemaal ontwikkeld worden in de bestaande bebouwing. Waarom is een plek als het TAC in Eindhoven noodzakelijk? 'Als je een stad bent met 200.000 inwoners - die vrij snel gegroeid is - en je probeert ook echt stad te zijn, heb je een bepaalde diversiteit nodig om zowel verder te kunnen groeien als om je doelstellingen vast te kunnen houden. Allerlei mensen, import en export, jong en oud, allochtoon en autochtoon, sportliefhebber en cultuurliefhebber. Dan denk ik dat je met name op het gebied van cultuur nog veel te winnen hebt. Als je kijkt welk onderdeel van de cultuur hier het zwakste is dan is dat de beginnende, de zoekende, de experimenterende cultuurliefhebber. Die heeft het hier hard te halen. Waar er wel een plek is voor een Stadsschouwburg, een Muziekcentrum en een Van Abbemuseum is het aan de 'Onderkant' redelijk moeilijk. Dat is overal in de grote steden, alleen in Eindhoven nog wat meer'. Hoe hebben jullie het oorspronkelijke idee handen en voeten gegeven? 'We hebben onderzoek gedaan en ons gericht op soortgelijke panden en initiatieven in binnen -en buitenland. Onder meer in Helsinki, Birmingham, Amsterdam, Nijmegen. Vooral de wisselwerking tussen werkplekken en evenementenruimtes was erg interessant om mee te maken. Maar eigenlijk hebben we op deze schaal geen plek gezien waar wonen, werken en recreëren bij elkaar gevoegd was. In Birmingham beseften we heel duidelijk dat het erg effectief is om afstand te nemen van je eigen belang, te denken vanuit het totale concept. Ook kregen we het advies nog een aantal maanden langer na te denken dan te gehaast te beginnen. Bij de instellingen die meer vanuit een vereniging werkzaam waren hebben we hele slimme modellen gezien om betrokkenheid te stimuleren. Het VEEM in Amsterdam heeft ons inzicht gegeven hoe zakelijkheid en idealisme is te combineren. Wat iets met professionaliteit en betrokkenheid te maken heeft. Maar qua sfeer, qua wat zij deden was 'we doen het goed of niet'. Zij werkten met een projectplan, hadden een zeer serieuze manier van aanpak. Zij onderzochten ook mogelijkheden om met een woningbouwcorporatie samen te werken. Dit vanuit de gedachte dat zo'n instantie de expertise in huis heeft die je zelf niet hebt. Hun aanpak heeft me gesterkt meer professionals binnen het bestuur te krijgen. Zoals een goede jurist en een goede financiële man. Daarnaast hebben we een aantal hele sterke mensen met de nodige expertise én een hart voor dit type projecten'. Treffers zelf is afgestudeerd als architectonisch ontwerper aan de TU Eindhoven en is vier dagen in de week in Utrecht werkzaam als stedenbouwkundig ontwerper bij een zelfstandig bureau. Op welke wijze is de Eindhovense politiek overtuigd geraakt van jullie concept? 'Met de kracht van het idee aan de ene kant en een uitgebreide locatiestudie aan de andere kant. Verder er voor zorgen dat je serieus wordt in je plan en serieus wordt genomen door het goed toe te lichten, goed te presenteren. De politiek was van meet af aan enthousiast over het idee, maar had wel vraagtekens bij het gebouw zelf. Aanvankelijk was dit pand door de gemeente aangekocht met de bedoeling het te slopen. Eigenlijk zag de politiek hier andere ontwikkelingen. Dat heeft ook de meeste energie gekost om uit te leggen dat er bijna geen andere plekken in Eindhoven voor de realisering van ons concept geschikt zijn. We hebben veel te maken gehad met de dienst Ruimtelijke Ordening. Van daaruit is er een overtuiging richting de politiek gekomen dat deze plek behoefte had aan een culturele instelling, een bruisende binnenstedelijke omgeving. Dat heeft absoluut een belangrijke rol gespeeld'. Wat is de meerwaarde van jullie concept voor diegenen die werkzaam zijn in de 'creatieve industrie'? Het dicht in de buurt hebben van andere disciplines. Dat kan versterkend zijn voor je eigen werk, voor je leven. Ons toekomstbeeld van wonen, werken en cultuur bij elkaar is gericht op de ervaring dat werkzaam zijn binnen de creatieve industrie een non-stop proces is, iedere keer weer 24 uur achter elkaar. Je bent niet voor acht uur kunstenaar of ontwerper of muzikant, het is je leven. Wat is er zo anders aan deze creatieve ondernemers? De meeste mensen die hier werkzaam zijn doen dat vanuit de overtuiging dat wat zij hier maken belangrijker is dan dat ze het verkopen. De kwaliteit van de creativiteit, de output, is voor hen veel belangrijker. Dat levert een heel andere insteek van bedrijfsvoering op. Er zijn binnen deze muren heel wat creatieve breinen die bijvoorbeeld een kwart deel van hun opdrachten gratis doet omdat de opdrachtgever hen niet kan betalen of omdat die in hetzelfde culturele ingewikkelde netwerk zitten. En met evenveel overtuiging worden die producten door hen neergezet. Maar voor het gros gaat het primair om 'mooie dingen maken', creatieve processen doorlopen of op gang brengen. En als je het daarna nog weet te verkopen is het alleen maar prachtig. Dat is het uiteindelijk het verschil ten opzichte van heel veel andere ondernemers. |