De Kunstpraktijk
  • home
    • adres contact routebeschrijving
    • openingstijden
    • links
    • nieuwsbrief
  • Galerie
    • nu te zien
    • verwacht
    • archief
  • Bed and Breakfast
    • guestroom begane grond bed&breakfast De Kunstpraktijk in Veldhoven
    • guestroom upstairs Bed and Breakfast
    • Bed and Breakfast english
    • Bed and Breakfast deutsch
    • Bed and Breakfast france
    • tarieven / reserveren
    • meer informatie
    • archief
  • workshops
    • workshop schilderen
    • workshop boetseren met klei
    • workshop mozaieken
    • workshop servies beschilderen
    • kinderfeestjes creatief
    • tarieven workshops / contactformulier workshops
  • Aurelia / visual artist
    • beeldend werk
    • art projects
  • home
    • adres contact routebeschrijving
    • openingstijden
    • links
    • nieuwsbrief
  • Galerie
    • nu te zien
    • verwacht
    • archief
  • Bed and Breakfast
    • guestroom begane grond bed&breakfast De Kunstpraktijk in Veldhoven
    • guestroom upstairs Bed and Breakfast
    • Bed and Breakfast english
    • Bed and Breakfast deutsch
    • Bed and Breakfast france
    • tarieven / reserveren
    • meer informatie
    • archief
  • workshops
    • workshop schilderen
    • workshop boetseren met klei
    • workshop mozaieken
    • workshop servies beschilderen
    • kinderfeestjes creatief
    • tarieven workshops / contactformulier workshops
  • Aurelia / visual artist
    • beeldend werk
    • art projects

symposium ‘the survival of the artist in the third millennium’ 

Picture
​
Symposium 'the survival of the artist in the third millennium' Inhoud 
 
Eindhoven, 6 Juni 2009 
Auditorium De Witte Dame 
 
Met dit symposium willen we op een luchtige en beeldende wijze, maar toch met een serieuze ondertoon, een onderzoek instellen naar de toekomst van de kunstenaar. 
‘Zowel de individualistische tijdgeest als het door de overheid opgedrongen marktgerichte denken van de kunstenaar, zorgen ervoor dat de balans binnen de kunsten is doorgeslagen naar een algehele verzakelijking binnen de sector'. 
We streven ernaar om tot nieuwe inzichten te komen, waarmee we willen aantonen dat er een noodzakelijkheid bestaat, op zoek te gaan naar een andere houding of mentaliteit van de kunstenaars, de kunstinstellingen en de verschillende overheden.
Op deze manier willen we met het symposium het kunstklimaat in Eindhoven en omgeving een positieve impuls geven. Eindhoven kan in deze een casestudie worden, waardoor andere regio's geïnspireerd raken soortgelijke activiteiten te organiseren.
Het is een symposium voor kunstenaars, kunstinstellingen, hogere en lagere overheden en kunstliefhebbers.
De volgende acht sprekers geven deze middag acte de présence: 
Frans de Haan - FNV/Kiem . Zijn onderwerp is de financiële toekomst van de kunstenaar. Vanwege overheidsmaatregelen (de WIK) zal de financiële toekomst van de kunstenaar drastisch veranderen. Tevens wordt zijn reactie gevraagd op de uitspraak van Dhr. Dales (Directeur Fonds Beeldende Kunst Amsterdam) in een artikel in de Volkskrant waarin wordt gezegd dat de WIK de slechtste regel is voor kunstenaars die men heeft kunnen bedenken. De heer Dales zal in een videoregistratie zijn mening geven. 
Jan Debbaut - directeur van het van Abbemuseum. Zijn onderwerp: het museum als co-producent van de kunst. 
Mariëtte Willemsen - filosoof verbonden aan de Vrije Universiteit van Amsterdam. Aan de hand van Nietzche richt zij haar betoog op communicatie. Boek van haar: ‘Kluizenaar zonder God'. 
Het Instituut voor Betaalbare Waanzin - met Dick Verdult - Speelt in op de thematiek van het symposium. Zij verbeeldt dit op een kritische en speelse wijze. Een groep, waarin kunstenaars van verschillende disciplines samenwerken. Een multi-mediagebeuren. 
Cor Blok - kunstcriticus, verbonden aan de universiteit van Leiden. Zijn thematiek luidt als volgt: ‘Wie is er zo gek om in het derde millennium nog kunst te willen maken'. 
Nico van der Spek - wethouder van maatschappelijke en culturele zaken in Eindhoven. Hij zal zijn betoog vooral richten op het verbeteren van het culturele klimaat in Eindhoven. 
Nico van der Spek wordt geïnterviewd door Nina Simone Bakker, coördinator van Artic Foundation te Eindhoven. Artic Foundation is een kunstenaarsinitiatief dat projecten organiseert waarbij kunstenaars met verschillende culturele achtergronden betrokken worden. 
Chris Keulemans, voormalig directeur van de Balie in Amsterdam. Hij treedt op als dagvoorzitter en spreekt met Jan Debbaut. Houdt van contrasten. 
Aletta Winsemius Zij is onlangs gepromoveerd op het proefschrift ‘De overheid in spagaat', theorie en praktijk van het Nederlandse Kunstbeleid. In dit proefschrift stelt zij onder meer de tweeslachtigheid van de overheid aan de orde bij de vorming en uitvoering van het kunstbeleid. Indien mogelijk wordt de reactie van staatssecretaris Rick van der Ploeg op dit proefschift in een videoregistratie weergegeven. Daarbij werd Rick van der Ploeg geïnterviewd door Aurelia van der Burght. 



Symposium 'The survival of the artist in the third millennium'

Programma
Eindhoven, 6 juni 1999 

Auditorium De Witte Dame 

12.00 
ontvangst van de sprekers in exporuimte van MU Art Foundation, De Witte Dame

12.30
persconferentie

13.00
gezamenlijke lunch voor de deelnemers

13.00
auditorium in De Witte Dame - open voor bezoekers

13.30
aanvang symposium in het auditorium van De Witte Dame. 

13.35
opening van het symposium door de organisatie - openingswoord Aurelia van der Burght

13.40
voorwoord door de dagvoorzitter Chris Keulemans

13.45
Frans de Haan en Geert Dales, discussie

14.05
Instituur Betaalbare Waanzin 

14.15
Jan Debbaut, directeur Van Abbe Museum Eindhoven met interview door Chris Keulemans

14.35
Instituut Betaalbare Waanzin

14.45
lezing Marriëtte Willemsen - filosoof 

15.05 - 15.35 
pauze - bezoekers gaan naar ruimte MU Art Foundation

15.35
lezing Cor Blok - kunstcriticus 

15.55
Instituut Betaalbare Waanzin

16.05
Aletta Winsemius met een sparring partner. Tevens video van staatssecretaris Rick van de Ploeg als zijn reactie op proefschrift ‘De overheid in spagaat' van Aletta Winsemius. 

16.25
Instituut Betaalbare Waanzin 

16.35
wethouder Nico van der Spek in gesprek met Nina Simone Bakker 

16.55 - 17.10 
korte pauze

17.10 - 18.00 
discussie





Symposium 'the survival of the artist in the third millennium' 
uit openingswoord door Aurelia van der Burght 
Eindhoven, 6 juni 2009 
 
Met dit symposium willen wij op een luchtige en beeldende wijze, maar toch met een serieuze ondertoon, een onderzoek instellen naar de toekomst van de kunstenaar. 
Zowel de individualistische tijdgeest als het door de overheid opgedrongen marktgerichte denken van de kunstenaar, zorgen ervoor dat de balans binnen de kunsten is doorgeslagen naar een algehele verzakelijking binnen deze sector. 
Door allerlei maatregelen en beleidsveranderingen is de situatie van de kunstenaars en kunstinstellingen gewijzigd van o.a. autonoom naar maatschappelijk relevant.
De kunstenaar en de zich daarbij verwant voelende kunstinstellingen zijn min of meer gedwongen een ondernemersplan te maken, waarmee ze zich verheffen tot ondernemer.
Het autonome karakter van de kunstenaar en het kunstcircuit heeft plaats gemaakt voor een marktgericht denken en handelen. Een van de gevolgen hiervan is dat kunstenaars en kunstinstellingen nauwelijks meer discussiëren over de inhoudelijke kanten van het werk, maar alleen maar bogen op roemruchte presentaties en de ander zien als potentiële concurrent. 
Het is belangrijk het denken op gang te brengen, waarin zowel het één als het ander kan plaatsvinden. Zowel jezelf onafhankelijk maken van overheidsinstellingen, waardoor je niet meer aan banden gelegd kan worden wanneer het beleid van de overheid een andere kant op gaat én een situatie scheppen, waarbinnen kunstenaars van gedachten kunnen wisselen. 
Het werk dat geproduceerd wordt, heeft, wil het een bepaald niveau kunnen bereiken, een theoretische achtergrond en een open kritische interactie nodig. Binnen deze context moet de balans gezocht worden 
Nog ter verduidelijking: 
Wat gebeurt er in een systeem als de balans zoek is? Dan gaat het zichzelf tegenwerken. De vergelijking is te maken met de werking van een waterrad. Alleen als de balans tussen de aanvoer en de afvoer van het water goed is dan draait het rad door en levert het energie op. Krijgt het rad te veel water te verwerken, dan gaat het zichzelf tegen werken en komt het tot stilstand.
Wisselwerking in een dynamisch systeem kan leiden tot een nieuwe algemene orde, met een hele verzameling fascinerende eigenschappen. Uit de wisselwerking van de afzonderlijke componenten ontstaat een of andere algemene eigenschap, iets dat je niet had kunnen voorspellen met wat je wist van de samenstellende delen. En die algemene eigenschap, dat nieuwe gedrag, beïnvloedt vervolgens weer het gedrag van de afzonderlijke delen die het hebben veroorzaakt. 
Nemen we aan dat het kunstenveld een dynamisch systeem is, dan is er dus alles voor te zeggen om het bovenstaande aan te gaan. Tenminste als je dit inzicht deelt. 
Met dit symposium willen we komen tot die nieuwe inzichten en willen we aantonen dat er een noodzakelijkheid bestaat op zoek te gaan naar een nieuwe houding of mentaliteit, waardoor de communicatie tussen de kunstenaars onderling en de kunstinstellingen onderling weer op gang gebracht wordt. 
Op deze manier willen we met symposium het klimaat in Eindhoven en omgeving een positieve impuls geven. Kunstenaars en de verschillende instanties een inzicht geven, dat er meer voordelen te halen zijn in het aangaan van verder gaande samenwerkingsverbanden, dan tot nu toe het geval is. 
Een open systeem creëren, waarbinnen zowel positieve als negatieve kritiek een waardevolle toevoeging is aan het hele klimaat, maar ook aan het individuele werk. 
Een impuls te geven voor andere regio's om een dergelijke activiteit te organiseren, waardoor het klimaat en de samenwerking wordt versterkt. 

Aurelia van der Burght




Symposium
'the survival of the artist in the third millennium' 

Ideevorming, research en organisatie beeldend kunstenaars Aurelia van der Burght en Mark Dijkstra in samenwerking met MU-Art Foundation, de gemeente Eindhoven, FNV-KIEM en de NBKS.
locatie: De Witte Dame Eindhoven
1999


Symposium ‘The survival of the artist in the third millennium'
Eindhoven, 6 juni 1999
Hoe te schrijven over een symposium waarvan je zelf mede-initiatiefneemster bent en organisator? 
De redactie van deze nieuwsbrief - FNV Kiem - kwam met het voorstel een verhaal te schrijven aan de hand van mijn ervaringen tijdens de voorbereidingsperiode van dit symposium. 
Een goede hulp daarbij is het bijhouden van een dagboek, dacht ik. Echter dat vergt tijd en dàt was nu net het allergrootste probleem tijdens de voorbereidingen: die tijd hadden we niet meer. Het kwam er op neer dat in drie weken tijd alles geregeld moest zijn. Dat dagboek kon ik dus wel vergeten, maar dit verslag niet.
Het meest verbazingwekkende vond ik de positieve reacties van de sprekers op de uitnodiging deel te nemen aan dit symposium. Zelfs Rick van der Ploeg ging uiteindelijk overstag, waardoor zijn bijdrage, net als die van Geert Dales, in een videoregistratie getoond kon worden.
Over het interview met Rick van der Ploeg kan ik zeggen dat het uiterst moeilijk is dat wat je van hem wil weten, ook krijgt te horen. Zo blijft de volgende vraag nog voor mij open staan. “In de nota ‘ruim baan voor culturele diversiteit', die onlangs is verschenen, spreekt Van der Ploeg in de eerste alinea over 'de overheid op afstand'. Uit het proefschrift van Aletta Winsemius blijkt dat de rijksoverheid eigenlijk op een aantal punten helemaal niet zo op afstand haar kunstbeleid voert. Mag de overheid dan blijven pretenderen dat ze afstandelijk is, terwijl ze dat niet is?” 
Niet alleen de positieve reacties van de sprekers maar ook de volle banken van het auditorium in de Witte Dame waren voor mij een indicatie dat vertegenwoordigers van kunstinstellingen, overheden én kunstenaars het belang ervan in zien om stil te staan bij de situatie waarin de kunstensector zich nu bevindt en dat een dialoog tot nieuwe oplossingen kan leiden. Het is volgens mij dan ook zinvol in de toekomst meerdere van soortgelijke bijeenkomsten te organiseren.
Zoals het Instituut voor Betaalbare Waanzin al zelf aangaf, zij was er niet ter opluistering van dit symposium maar het vervulde een essentiële rol in het totale beeld dat door de toeschouwer waargenomen kon worden.
Conclusies die aan het eind van deze bijeenkomst, een bijeenkomst welke door dagvoorzitter Chris Keulemans op een voortreffelijke manier werd geleid, kunnen volgens mijns inziens als volgt worden samengevat: 
Het is wenselijk dat de kloof, die tussen de kunstenaars en de maatschappij is ontstaan, overbrugd wordt. Zodat de kunstenaar in de binding van de samenleving zijn karwei kan zoeken.
Hoe dit vorm gegeven gaat worden in Eindhoven zal onderwerp van onderzoek worden. Wellicht dat het oprichten van een laboratorium, waar onderzoekers vanuit verschillende disciplines werkzaam zijn, een van de antwoorden op het probleem is. 
De WIK is een regeling met positieve en negatieve kanten en zeker niet voor alle kunstenaars bruikbaar. 
Jan Debbaut, directeur van het Van Abbemuseum te Eindhoven
bracht zijn idee ter sprake om in de toekomst het museum te laten functioneren als opdrachtgever van het nog te maken kunstwerk
Uit de voordrachten van de sprekers wil ik tot slot van kunstcriticus Cor Blok en filosoof Mariëtte Willemsen het volgende citeren. Ik weet dat ik hen beiden hiermee tekort doe.

Cor Blok
Kunstenaars en samenleving hebben geen duidelijk op elkaar aansluitende belangen, althans niet waar het om de kern van de artistieke activiteit gaat. De verantwoordelijk voor de vormgevende activiteit en haar inhoud wordt volledig aan kunstenaars overgelaten. Hun motieven zullen dan ook begrepen en gerespecteerd dienen te worden. Pas daarna kan er zinnig worden gepraat over lege stoelen en tentoonstellingszalen en onverkochte poëziebundels - een gesmeerd lopend productie-consumptie-circuit lost wel financiële problemen op, maar geeft de kunsten geen vitale functie in de samenleving terug. 

Mariëtte Willemsen (uit haar zes overpeinzingen)
Uit: de kunst van het vreemde
In deze overpeinzing laat Willemsen Esther Jansma aan het woord. 
”Natuurlijk moet een (dicht)kunstwerk iets bekends, iets vertrouwds hebben. Het totaal onbekende kun je immers niet begrijpen. Maar een werk is pas goed (mooi, boeiend, belangrijk) als er eist vreemds uit spreekt. Juist dat wat niet herkenbaar is, niet te vatten is, maakt een kunstwerk waardevol.” 
Uit: Communicatie en het gemeenschappelijke
Er zijn kennelijk minstens twee manieren om naar communicatie te kijken. De ene -Nietzscheaanse-: communiceren is zoeken naar wat de ander gemeenschappelijk heeft met mij. De andere: communiceren is iets gemeenschappelijks bewerkstelligen.
Communiceren, verkeren, is voor hem (Nietzsche): zoeken naar je eigen ziel, kijken of de ziel van de ander gelijk is aan die van jou (vlg. ‘ob er mir die gleiche Seele hat'). Als wij onszelf niet herkennen, zo schrijft Nietzsche even verder, verstommen wij en daarmee wordt onze ziel armer en kleiner. 
Uit: De eenzame kunstenaar
Sommige kinderen zijn al vroeg in staat om in hun eentje te spelen. Ze gaan volledig op in hun spel. Zelfs een kind van nog geen twee, dat nog volledig afhankelijk is van de zorg van de ander, kan in zijn spel blijk geven van zelfstandigheid, van een zekere autonomie. Maar dat alleen-zijn van het spelende kind is alleen vruchtbaar als er een context is van veiligheid en zorg. Bij volwassenen is het niet anders. Wie eenzaam is zonder sociale context is verlaten. Wie onafhankelijk is van welk publiek dan ook wordt niet begrepen.



“Wie is er zo gek om in het volgende millennium nog kunst te willen maken?”
lezing door Cor Blok - kunstcriticus - tijdens Symposium 'the survival of the artist in the third millennium'
Eindhoven, auditorium De Witte Dame - 2009 - 

Beleidsmakers voeren de discussie over kunst graag in termen van vraag en aanbod. Aan aanbod geen gebrek, maar - zo heet het - dat aanbod trekt lang niet zoveel ‘consumenten' als het zou moeten trekken. 
Zou moeten trekken? Blijkbaar is kunst zo belangrijk voor een samenleving dat ze zoveel mogelijk mensen behoort te bereiken, van alle rangen en standen, kleuren, seksen en leeftijden. Als dat zo is, waarom komen er dan uit die samenleving geen heldere, concrete vragen aan de kunstenaars: dit is waar we op zitten wachten, kun je dit voor ons maken? 
Eén oorzaak voor het uitblijven van zulke vragen ligt waarschijnlijk in de traditie die ze verbiedt. ‘Anderen' hebben de kunstenaar niet voor te schrijven wat hij moet maken; dat doen alleen dictatoriale regimes. De ‘anderen', subsidiërende overheden inbegrepen, mogen alleen reageren nadat de kunstenaar zijn ‘aanbod' gedaan heeft - door te applaudisseren of boe te roepen, toe te stromen of weg te blijven, de geldkraan te openen of dicht te draaien. Maar een meer fundamentele oorzaak is dat de meeste leden van onze samenleving niet zouden weten wat ze van kunstenaars willen vragen, afgezien van uiterst vage wensen als schoonheid, ontroering, een moment van verpozing temidden van de ‘harde realiteit'. Wat mensen willen zien, horen en lezen valt indirect af te leiden uit bezoek -en aankoopcijfers ten aanzien van het bestaande aanbod, en dan lijkt de ‘vraag' voornamelijk neer te komen op ‘meer van het bekende'. 
Daarvan uitgaand zou men concluderen dat er voldoende kunst is gemaakt om in de behoefte te voorzien. In plaats van te investeren in scheppende kunst zouden de subsidiegevers zich beter kunnen concentreren op de opleiding van uitvoerende musici en acteurs en op perfectionering van de reproductie-industrie. Breugel, Renoir en Toulouse-Lautrec niet meer alleen als placemats maar ook nog op ware grootte aan de muur, niet van echt te onderscheiden, samen met Margitte, Hopper, Miró en desnoods Mondriaan - Vivaldi tot en met Górecki op CD en zet vooral alles op Internet. Voor scheppende kunstenaars is hoogstens nog emplooi als producenten van niet te gewaagde variaties op het bekende.

De samenleving verwacht misschien kunst, maar vraagt er niet om. Belangrijker nog is dat de samenleving ook niet tot kunst inspireert (behalve tot kunst die dwarsligt en die de samenleving dan ook niet wil). De samenleving ziet kunst niet als iets dat uit haarzelf voortkomt en waarvoor ze zelf mee verantwoordelijk is. Het concipiëren en maken van kunst is niet gedelegeerd maar overgelaten aan een aparte, marginale groep, die zelf maar moet zien waar ze haar impulsen vindt, hoe ze haar richtingen en doelstellingen bepaalt; ‘de anderen' zien wel een keer waar die marginalen mee afkomen en zegt dan wel ja of nee (meestal iets daar tussenin). 
Onder deze omstandigheden klemt des te meer de vraag waarom kunstenaars doorgaan met kunst maken. Waarom capituleren ze niet, gaan ze niet over op de productie van zaken waar de consumenten blijkbaar niet genoeg van krijgen, of zoeken ze een economisch beter gesitueerd beroep? Deze vraag: waarom maken kunstenaars kunst? wordt in de vraag-en-aanbod-discussie niet gesteld. Doel van de discussie lijkt soms te zijn, de kunstinstellingen overeind en als onvermijdelijk bijverschijnsel daarvan de kunstenaars in leven te houden. De beweegredenen van de makers om te maken komen niet aan de orde. 
Die beweegredenen zijn voor een deel banaal: net als zoveel andere activiteiten kan kunst maken een gewoonte worden - je bent nu eenmaal kunstenaar, dus maak je nóg maar een kunstwerk. Maar voor een ander deel gaat het om de motieven die - helaas voor kunst-voor-allen-apostelen- voor buitenstaanders helemaal niet gemakkelijk te volgen zijn. 
Zoals een componist niet componeert omdat hij mensen in hun ziel wil raken (dat misschien ook wel, maar ritmen in het hoofd heeft die hij wil horen, zo worden ook in andere disciplines makers gedreven door een fascinatie door de gedragingen van vorm in de ruimste zin - vormen, kleuren, ruimte, verhoudingen, ritmen, bewegingen, zichtbaar, tastbaar, hoorbaar, voorstelbaar. ‘O, denkt men dan, kunst die alleen over kunst gaat, abstrakte kleurvlakken, muziek van louter verhoudingen, dans-dans, esthetische vingeroefeningen voor esthetische fijnproevers, politiek zo incorrect als het maar kan.' 
Maar zonder die fascinatie door de ongekende mogelijkheden van de ‘vorm' was er sinds Lascaux weinig veranderd in de kunsten en had geen ontroerend, aangrijpend, maatschappelijk relevant en politiek correct kunstwerk voldoende overtuigingskracht ontwikkeld. 

Wat ook de overwegingen van de makers zijn, en die kunnen zeker óók van maatschappelijke en politieke aard zijn, men zal zich moeten realiseren dat in de huidige situatie de samenleving hoogstens als aangever, maar niet als inspiratiebron functioneert - niet in die zin dat kunstenaars in die samenleving vragen vinden waarop ze een antwoord zoekt en wel een antwoord waarvan de samenleving zelf beseft dat juist kunstenaars daar vorm aan kunnen geven. Kunstenaars en samenleving hebben geen duidelijk op elkaar aansluitende belangen, althans niet waar het om de kern van de artistieke activiteit gaat. De verantwoordelijk voor de vormgevende activiteit en haar inhoud wordt volledig aan kunstenaars overgelaten. Hun motieven zullen dan ook begrepen en gerespecteerd dienen te worden. Pas daarna kan er zinnig worden gepraat over lege stoelen en tentoonstellingszalen en onverkochte poëziebundels - een gesmeerd lopend productie-consumptie-circuit lost wel financiële problemen op, maar geeft de kunsten geen vitale functie in de samenleving terug. 
​
Cor Blok



Foto